Afgelopen vrijdag is er in het supplement van het NRC Handelsblad zowaar een artikel verschenen van Ron Rijghart dat voor de enige opwinding frustratie ophef heeft gezorgd.
Voor geinteresseerden in die ophef verwijs ik naar deel 1, 2 en 3 van een open brief in de Kleine Zaal van de Contrabas, inclusief ter plekke aangestipte doorverwijzingen en reacties.
Voor wie geen zin had (heeft) om door te klikken: het gaat over poezie en over de eeuwenoude discussie van wat binnen die definitie valt en wat niet.
Boeiend! Not.
Wat zal ik zeggen? Over definities kan ik kort zijn. Bondig zelfs. Komt ie: Vergeet definities.
Ter toelichting: in een dynamische wereld zijn definities per definitie achterhaald. Ouderwets en zooooo [jaartal invullen naar geboortejaar plus 20, minus het kwadraat van lopende lentes tijdens eerste sexuele ervaring gedeeld door leeftijd abonnement Opzij slash Playboy].
Formules. Definities.
Okay, ik begrijp de neiging tot controle. Ik ben thuis in het menszijn. But still: Je kan wetten in elkaar flansen, stenen tafelen opstellen, toch zal er altijd iets zijn wat je niet had voorzien. Iets wat niet valt te definieren, niet is te vangen, onmogelijk te lijsten is. Iets wat door de mazen heen glipt.
En dat is niet erg. Dat is zelfs mooi. Het is dat iets wat we meestal crimineel noemen, maar soms ook kunst.
Definities.
Ik heb interviews gelezen met in Nederland gerespecteerde dichters, die achteraf blijkbaar goedkeurend hebben instemd met gedebiteerde stellingen als "zelfs deze stoeptegel! Ja, deze! Ook deze herbergt poezie!"
En dat vond ik eerlijk gezegd ook. Op dat moment. Ik bedoel, als die man dat zegt.
Maar genoeg gelul.
"Voor de draad ermee", zou Eus zeggen, "wat vind je zelf echt mooi?"
En dan kom ik dus uit bij die Amerikaanse slammer. Noem het stand-up comedy, noem het cabaret desnoods, maar ik vind het poezie. Podiumpoezie natuurlijk, om eens een andere interessante definitie/discussie aan te halen, maar toch wel degelijk poezie.
Waarom?
Omdat ik los van het engagement (Pim Pamflet-gehalte, zoals L. dat altijd zo mooi weet uit te drukken), een taalbeheersing zie die gerust zeldzaam mag worden genoemd. Serieus, helemaal los van de performance, is elk woord raak.
Kom daar nog maar eens om, in Nederland.
Wooah, man! : Taylor Mali
Over rookverbod gesproken, heb vandaag dat essay wat je had aangeraden eens rustig doorgelezen. Topverhaal van die knakker!
Wil nu toch eens de handelingen opzoeken van het Kamerdebat in 2005 plus het WHO rapport uit 1998. Moet interessant zijn, gezien zijn referenties eraan.
Eens, want aiaiai wat een impact heeft die gast. Misschien is dit inderdaad wel een manier om CB van verdere epistelvorming af te houden: niet kissebissen over definities, instap-poezie, of RR wel met voldoende nuance de historische ontwikkeling van elke individuele Nederlandse dichter van 1624 tot 2019, woonachtig in Sint Maria Parochie dan wel Amsterdam in ogenschouw heeft genomen etc. Wel constateren dat dhr. Mali een zeldzame geweldenaar is die je in Nederland niet aantreft. Dat dat jammer is, omdat dit soort gasten wel anderen voor poezie kunnen interesseren (volgens mij is dat (geef NL een Mali!) ook het punt dat RR wil maken, als je tenminste door je zelfopgeworpen definitebomen weer eens het bos wil bezien…).
Een volstrekt niet-representatieve steekproef mijnerzijds onder niet-direct poezie geinteresseerden: 5x een hartgrondig holy shit, wauw. 100% scoren.
PS Over podia gesproken; pluk, kom je dit najaar weer bars onveilig maken?